model 1936 geweer

In het begin van de jaren 1930 stelde de Belgische Defensie nogmaals vast dat de bewaping verouderd en in slechte staat was. Aangezien België neutraal was sinds 1935 moest het land ook zelf in kunnen staan voor zijn verdediging.

In hetzelfde jaar dat Duitsland de Karabiner 98 kurz, kortweg K98k, in gebruik nam, voerde België het model 1935 geweer in. De Manufacture d’Armes de l’État maakte zulke geweren uit geconverteerde Duitse model 1898 geweren en karabijnen die in Belgische stocks lagen terwijl FN Herstal de productie van nieuwe exemplaren op zich nam.

Om over nog meer modernere wapens te kunnen beschikken, zocht men ook naar mogelijkheden om model 1889 wapens om te bouwen. Hoewel er hiervoor al jarenlang onderhandeld was FN Herstal werd het contract toegekend aan de Anciens Etablissements Pieper. Die firma bouwde model 1936 geweren uit model 1889 geweren en model 1916 karabijnen. Een groot deel van deze wapens werd onmiddellijk verstuurd naar Congo om er daar de Force Publique mee uit te rusten.

De veranderingen waren ingrijpend en kostelijk : verwijderen van de loopmantel, plaatsen van een nieuwe loop en richtmiddelen, aanbrengen van een terugstootnok in de kolf, opvullen van de kolf waar de loopmantel vroeger zat, nieuwe bajonetnok, houten inzetstuk plaatsen voor het nieuwe serienummer, opvullen van de kolf waar eventueel de model 1916 riembeugelsleuf zat, aanpassen van de grendel voor de nieuwe slagpin, …

Het model 1936 geweer beschikte over een loop in kaliber 7,65x54mm en herbruikte het 5-schots magazijn van het donorwapen.