model 1935 geweer

In het begin van de jaren 1930 stelde de Belgische Defensie nogmaals vast dat de bewaping verouderd en in slechte staat was. Aangezien België neutraal was sinds 1935 moest het land ook zelf in kunnen staan voor zijn verdediging.

In hetzelfde jaar dat Duitsland de Karabiner 98 kurz, kortweg K98k, in gebruik nam, voerde België het model 1935 geweer in. De Manufacture d’Armes de l’État begon onmiddellijk met de conversie van Duitse model 1898 geweren en karabijnen, in grote getalen aanwezig in Belgische stocks, naar deze nieuwe configuratie.

Voor nieuwe productie werd er gekeken naar de Fabrique Nationale waar grote aantallen in korte tijd gemaakt konden worden. Maandelijks produceerde FN vele duizenden geweren en karabijen van het model 1924/30. Het Belgische model 1935 was grotendeels identiek, met relatief kleine verschillen van o.a. de uittrekker, kolf, visier en bajonetnok. In de archieven van FN Herstal wordt ernaar verwezen als de “Spécial B”, een speciale versie voor België van het standaardproduct uit het gamma van FN.

Door omstandigheden, waaronder de politieke situatie, volgde er voor FN pas een contract in 1939. Ongeveer 15.000 stuks konden nog voor de Duitse inval van mei 1940 geleverd worden. Bij de bezetting vielen er nog vele duizenden van deze wapens in Duitse handen.

Bovenaanzicht van het grendelhuis met het monogram van Koning Leopold III.
Detail van de bajonetnok en de typische loopringen met scharnier.
Detail van de verschillende stempels met onder andere de proefstempel, de kenletter van de beproever en de aanvaarding door de Belgische regering.