model 1889 geweer

Totale lengte1102mm
Kaliber7,65x54mm
Bijhorende bajonetmodel 1889 bajonet

In de jaren 1880 voerde de Belgische defensie een aantal testen uit voor het vervangen van bestaande wapensystemen door grendelvuurwapens. De uitvinding van rookloos poeder, een eerste keer gebruikt in het Franse model 1886 geweer, had een grote invloed op het verloop van de Belgische tests. Uiteindelijk was het de inzending van de gebroeders Peter-Paul en Wilhelm Mauser dat het contract won.
De Belgische regering verkreeg een licentie en de speciaal hiervoor opgerichte Fabrique Nationale d’Armes de Guerre in Herstal produceerde de eerste 150.000 stuks in 1892 tot 1894. Bijkomende bestellingen volgden en aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog stond de teller op nagenoeg 230.000 van deze geweren. Ook bij de Manufacture d’Armes de l’État vond er productie plaats, zij het in beperkte mate.

Het model 1889 geweer beschikte over een loop in kaliber 7,65x54mm. Deze werd omhuld door een loopmantel voor het beschermen van loop zelf en de gebruiker. Dit onderdeel was echter moeilijk te fabriceren en duur. Ook kon er vocht tussen loop en loopmantel geraken wat voor corrosie zorgde.
De grendel was uit 1 stuk, met een meedraaiende uittrekker.
Het magazijn had een 5-schots capaciteit, hetgeen hoog was voor die tijd. De patronen lagen in een enkele rij. De projectielen waren cylindrisch van vorm en relatief stomp.

Vanaf 1892 werd het model 1889 ingevoerd bij nagenoeg alle Belgische gewapende eenheden, zowel territoriaal als koloniaal. De infanterie, genie, luchtmacht, marine, afdelingen van de rijkswacht, burgerwacht en openbare weermacht.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de productie noodgedwongen buiten België plaats. Zo waren er contracten met W.W. Greener in Birmingham (Verenigd Koninkrijk), de Manufacture d’Armes de Birmingham (Verenigd Koninkrijk) en Hopkins and Allen Arms Co., Norwich Connecticut (Verenigde Staten van Amerika).
De door Hopkins & Allen gemaakte geweren hadden achter het mondstuk een bijkomende loopband met riembeugel.

Na de wapenstilstand waren er grote hoeveelheden wapens in Belgische stocks, maar vaak in een slechte staat. Vanaf 1930 werden een groot aantal van deze wapens omgebouwd voor het gebruik van de model 1930 patroon met spits projectiel. Daardoor werd het een model 1889 geweer, aangepast voor de model 1930 patroon.

Een bijkomende, meer ingrijpende ombouw vond plaats vanaf 1936 toen het model 1936 geweer werd ingevoerd. Hiervan werden er vele gebruikt in Belgisch Congo.

In de beginfase van de Tweede Wereldoorlog gingen enorme hoeveelheden model 1889 wapens verloren of buitgemaakt door Duitse troepen. Na de oorlog waren de Belgische troepen nagenoeg volledig overgeschakeld op andere wapensystemen.