
| Totale lengte | mm |
| Kaliber | |
| Bijhorende bajonet |
In 1889 voerde de Belgische defensie het model 1889 geweer in voor de infanterie en genie. Hierbij hoorde een korte mesbajonet, vooruitstrevend in een tijd waar vaak onhandig lange en zware bajonetten de standaard waren. Het geweer en bijhorende bajonet werden gemaakt bij de hiervoor opgerichte Fabrique Nationale d’Armes de Guerre in Herstal. De eerste 150.000 stuks waren klaar in 1894 aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog stond de teller op nagenoeg 230.000 van deze geweren. Ook bij de Manufacture d’Armes de l’État vond er productie plaats, zij het in beperktere mate.
Vanaf 1892 werd het model 1889 geweer ingevoerd bij nagenoeg alle Belgische gewapende eenheden, zowel territoriaal als koloniaal. De infanterie, genie, luchtmacht, marine, afdelingen van de rijkswacht, burgerwacht en openbare weermacht.
De bajonet hoorde ook op bij de model 1889 karabijn (met bajonet).
Vanaf 1916 werd deze bajonet geleidelijkaan uitgefaseerd en vervangen door de langere model 1916 bajonet. Velen werden gedemonteerd en de onderdelen herbruikt voor; de heften werden aangepast voor de productie van de model 1916 bajonet terwijl de lemmetten herslepen werden voor het maken van de reglementaire loopgraafdolk.
Een aantal korte model 1889 bajonetten bleven echter nog decennialang in dienst, vooral in Congo. Zo zijn er exemplaren die aangepast door middel van een verkleiningsring in de loopring, werden voor gebruik op het model 1936 geweer.






