model 1867 hulsbajonet (Albini-Braendlin)

Totale lengte648mm
Lengte lemmet462mm
Lengte huls68mm
Binnendiameter huls17mm
Bijhorend vuurwapen

In 1867 nam de Belgische defensie de wapens met het systeem Albini-Braendlin in gebruik. Wapens van verschillende configuraties werden omgebouwd naar dit achterlaadsysteem. Voorbeelden zijn het model 1777/1867 infanteriegeweer (Albini-Braendlin), model 1841/67 infanteriegeweer (Albini-Braendlin) en model 1853/67 infanteriegeweer (Albini-Braendlin).

De bijhorende hulsbajonet kon zowel een deelse of volledige ombouw van bestaande onderdelen als een volledig nieuw gemaakt exemplaar zijn.
Herbruikte lemmetten zijn te herkennen aan afgeronde vorm van het ricasso terwijl nieuw gemaakte exemplaren nagenoeg recht waren.
Herbruikte hulzen hebben een zichtbare, vaak koperkleurige, soldeernaad op de linkerkant van de huls. Deze naad gaat van de achterkant van de huls tot aan de hoek van het kanaal voor de bajonetnok. Van het midden van de voorkant van dat kanaal ging de naad verder tot de voorkant van de huls. De ingang van de Z-vormige sleuf bevond zich op de 10-uur positie.
Nieuwe hulzen hadden geen naad. De ingang van de Z-vormige sleuf bevond zicht op de 12-uur positie.
Er zijn combinaties mogelijk van herbruikte of nieuwe hulzen met herbruikte of nieuwe lemmetten.

De schede was gemaakt uit gezwart koeleer afgewerkt met een buffelleer mondstuk voorzien van een bevestigingsriempje. De schedepunt was verstevigd met een metalen bol.
Het schedelichaam was aan de bovenkant over de hele lengte dichtgenaaid. Er werd een dunne metalen versteviging toegevoegd binnenin het schedelichaam.

De meeste schedes hadden een wit buffelleren mondstuk. Zeldzamer zijn versies met zwart mondstuk die vanaf 1850 ingevoerd werden voor de regimenten jagers te voet.
Een speciale schede voor gebruik in combinatie met het infanteriesabel N°1 beschikte over een lus in plaats van een riempje.